Een nieuwe lente en een nieuw geluid
Een nieuwe lente en een nieuw geluid:
Ik wil dat dit lied klinkt als het gefluit,
Dat ik vaak hoorde voor een zomernacht
In een oud stadje, langs de watergracht –
In huis was ’t donker, maar de stille straat
Vergaarde schemer, aan de lucht blonk laat
Nog licht, er viel een gouden blanke schijn
Over de gevels in mijn raamkozijn.
Dan blies een jongen als een orgelpijp,
De klanken schudden in de lucht zoo rijp
Als jonge kersen, wen een lentewind
In ’t boschje opgaat en zijn reis begint.
Zo luidt het begin van het grote epos en tevens het debuut Mei van Herman Gorter, dat in maart 1889 verscheen. De eerste versregel is een beroemde en bekende versregel uit de Nederlandse literatuur.
Het grote verhalende gedicht Mei telt maar liefst 4381 versregels.
In deze eerste regels verklaart een dichter, de Ik uit regel twee, dat hij een nieuw lied zal brengen, maar tegelijkertijd zal dat lied moeten zijn zoals de oude herinnering aan het gefluit van een jongen tijdens een zomeravond.
Dit is paradoxaal: Mei moest helemaal nieuw zijn, maar moest ook vergeten herinneringen weer tot leven wekken en het moest vooral de lente en de zomer, de natuur en de zintuigelijke indrukken zo beeldend mogelijk uitdrukken. En hierin leg ik de link naar de Stichting.
Met het jubileum, dat wij dit jaar vieren, starten wij bewust op 21 maart, de eerste 24 uur van de lente en op de Wereld Poëziedag, die in 1999 het leven is geroepen door UNESCO om aandacht te vragen voor het lezen, schrijven en publiceren van poëzie.
De Stichting Poëzie Land van Altena legt de lat blijvend hoog en steunt de paradox van Herman Gorter en onderschrijft de doelen van UNESCO:
De Stichting wil altijd nieuwe projecten, maar wil ook herinneringen levend houden of tot leven wekken met blijvend oog en oor voor de seizoenen, de natuur en de zintuigelijke indrukken. Poëtische taal is tevens een facet van de dialoog tussen mensen, tussen culturen.
Vandaar dat de Stichting in samenwerking met het Biesboschmuseumeiland deze de expositie op deze plaats heeft opgezet: midden in de natuur, het water, de lucht, de aarde en temidden van herinneringen aan vroegere tijden, maar ook een unieke rivierdelta met getij. Land van wetlands, wilgenbossen, eilanden en kreken. Een dynamisch en avontuurlijk natuur- en recreatiegebied en met toekomstperspectieven.
Namens de Stichting Poëzie Land van Altena, Hermien, A3, Arja, Klaas, Hannie en ikzelf, heet ik u allen van harte welkom op de 2e dag van de lente. Mijn naam is Leny van der Ham. Welkom aan dichters uit Altena en omgeving, welkom aan de Wethouder, mevrouw Van Hunnik, aan columnist Ad Los ex-werkgroeplid van de Stichting, het Altena Nieuws, Het Kontakt, De Stad Gorinchem, Brabants Erfgoed, Vrienden van het Kasteel Dussen, de Xinix, Stichting Kunst, kunstenaars, bedrijven zoals van Dick Honcoop en overige geïnteresseerden.
Wij zijn oprecht trots op de Stichting, op de medewerkers en op de diverse samenwerkingen en op de sponsoren zoals het Van Ballegooijenfonds en de gemeente Altena, die de projecten mede mogelijk maakten en maken.
Hoe het begon: ik werd in 2006 gebeld door wijlen Ad Mol: ‘Cees Visser zegt dat jij iets hebt met poëzie’. Ad Mol (†), Cees Visser (†), Adriaan Vrienten, Grietje Zemering, Hannie Visser-Kieboom, Frans Buijserd en ikzelf zaten in de denktank. De Stichting was geboren gesteund door vele liefhebbers van poëzie:
prachtige avonden in het kerkje te Eethen, de bekende vijf poëtische fietsroutes, de Biesboschseizoensgedichten, Poetry4OneAltena, Kasteel poëzie in kasteel Dussen, samenwerkingen met GSO en Kunst en Vriendschap, optreden op radio, historisch onderzoek, huldiging Lucas Rijneveld, sonnetten schrijven, workshops en de Altena Poetry Slams, de publicatie van vijf bundels. U kunt het zien in de tentoonstelling, die wij na een woord van de wethouder gezamenlijk gaan openen.
Dan nu gaan we over tot het officiële moment van opening:
Visie: de visie van de stichting is dat de kracht van poëzie zichtbaar is en gevoeld wordt in Altena. Toegankelijkheid!
Waarom poëzie? Poëzie is ritme, is klank, is kunst. Poëzie is een manier van uitdrukking geven aan gedachten, gevoelens, ervaringen of anderszins binnen een vast kader of juist vrij van kaders. Iedereen heeft poëzie in zich en dat vinden wij nu zo mooi: iedereen kan zich op geheel eigen wijze vast of vrij uiten met woorden ingebed in metrum, rijm, klankkleur, beeldspraak, vorm, stijlfiguren, etc.
Voor wie? Voor iedereen: je luistert naar je eigen gedachten, naar je eigen stem. De inspiratie kan een moment op de dag zijn, kan een intiem of een groots ervaren zijn. Soms helpen de woorden ons om gevoelens te uiten, om gevoelens te delen.
Tien dichters droegen samen voor het openingsgedicht: een lijngedicht Trillingen in een lijn.
Trillingen in een lijn
Klanken zijn eenheden van geluid omsloten als een aai
van rumoeren, in tonen, met stemmen: nooit saai.
Het geruis zijn woorden, die hoorbaar een trilling in de lucht beschrijven, als een hunkerende, zinderende zucht.
Stemplooien baren spraak en zang en gevoel:
de mensheid uit zich bewust of onbewust met of zonder doel.
De menselijke stem vormt spraakklanken in complexe bewegingen
en duidt betekenis en intoneert gevoelens en wisselwerkingen.
In de ochtend nevelt de mist over ons Altena: geraas
van ons polderlandschap, tussen de waat’ren Merwede en Maas.
Als de mist is verdwenen, hoor ik de visarend: fluitend schel
en wachtend op de bloei van zijn areaal: kom snel!
Ruige dauw straalt in het zonlicht en verlicht voetstappen,
terwijl ik stamel: ja, wij willen mijmeren en even verslappen.
De St. Elisabeth’s vloed herschiep De Grote Waard ruw
tot de Biesbosch, waterrijk binnenmeer: een nachtzwaluw?[1]
Griendboswerkers knotten wilgen: de mensen werkten
en maakten vlechtwerken, die de dijken versterkten.
Ik wandel door Het Land van Heusden en Altena in banen
en ga even terug naar de Kelten en de Germanen.
Eeuwenlang lag dit eiland ingeklemd als niemandsland
tussen de graafschappen Brabant, Gelre en Holland.
Ik hoor, ik zie, ik ruik: ik verklank mijn voelen:
dit land geeft mij ruimte, vrijheid, lucht en doelen.
Terwijl Noordse woelmuizen en reeën dart’ lend springen
en bosuil en blauwe reiger zich mijm’ rend bedwingen,
koester ik het oude en nieuwe: de mens houdt stand
en is jaren samen als een helder kristal met sterke rand.
20 jaar samen kneden, genieten, groeien zonder barrage
gelijk de metamorfose van de Koninginnenpage,
die zich ontpopt van opvallende rups groen-zwart
tot een grote, geel-zwarte vlinder: schitterend apart![2]
20 jaar samen verbinden tussen toen, nu en later
gelijk de smaragdlibel: licht flapperend boven het water.
Oh nachtegaal, blijf dichten met poëzie en zang, laat horen
en verspreid beelden, associaties en metaforen.
Breng over: uw diepere, vaak onuitsprekelijke waarheden,
emoties of spirituele inzichten van toen, dan en heden.
Beroer, verteder, bekoor, prikkel mensen, inspireer sierlijk en rank!
Laat Apollo’s lier altoos het alledaagse dansen met stilte in klank.
Marlin J. Peters – 21 maart 2026
[1] In overdrachtelijke zin wordt de nachtzwaluw ook gebruikt als symbool voor het werken in moeilijke omstandigheden (“duisternis”), maar ook als een teken van hoop en volharding
[2] Vlinder staat voor transformatie, groei en vreugde, wat een mooie symboliek is voor een nieuwe levensfase of de ontwikkeling in de loop der jaren





